Schrijf je in bij AB!

Aanpassingen Werkloosheidswet

De aanpassingen van de werkloosheidswet moeten ertoe leiden dat het stelsel meer activerend wordt en werkloze werknemers eerder werk aanvaarden.

Opbouwregeling
Vanaf 1 januari 2016 blijft over de eerste tien jaar de huidige opbouw gelden van één maand WW-uitkering per jaar arbeidsverleden. Na de eerste tien jaar leidt dat elk jaar arbeidsverleden tot een halve maand WW-opbouw. Het arbeidsverleden dat werknemers hebben opgebouwd vóór 2016 wordt gerespecteerd, waarbij werknemers met een arbeidsverleden van meer dan 24 jaar wel te maken (kunnen) krijgen met de geleidelijke afbouw van de WW-duur tot het nieuwe maximum van 24 maanden.

Maximale duur WW-uitkering
De maximale duur van de WW-uitkering wordt met ingang van 2016 teruggebracht van de huidige 38 maanden naar 24 maanden. Indien op 1 januari 2016 al meer dan 24 maanden WW-recht is opgebouwd, dan wordt dit geleidelijk teruggebracht. De maximale WW-duur – voor alle potentiële rechten met een duur van meer dan 24 maanden op 1 januari 2016 – wordt hiertoe steeds per de eerste dag van een kwartaal met een maand verkort, tot de maximale duur van 24 maanden bereikt is. Hierdoor is de maximale WW-duur per 1 april 2019 voor iedereen teruggebracht naar 24 maanden. Uitkeringen die al zijn ingegaan worden niet verder bekort.

Private aanvulling WW
Sociale partners kunnen via cao-afspraken een private aanvulling op de (publieke) WW introduceren.

Passende arbeid
Een werkloze werknemer is, om zijn recht op een WW-uitkering te behouden, verplicht om te proberen passende arbeid te vinden. In de huidige situatie mag een WW-gerechtigde zich in de eerste zes maanden van werkloosheid richten op arbeid op hetzelfde niveau. Na zes maanden wordt ook arbeid op een lager opleidingsniveau als passend aangemerkt en na één jaar is alle arbeid passend. Uitgangspunt hierbij is dat naarmate iemand langer werkloos is, verwacht mag worden dat hij zich ruimer opstelt en zoekt naar arbeid op een lager niveau dan waarvoor hij zich door opleiding en/of werkervaring heeft gekwalificeerd. De definitie van passende arbeid wordt echter aangepast. Vanaf 1 juli 2015 wordt al na zes maanden, in plaats van de huidige twaalf maanden, álle arbeid als passend aangemerkt.

Inkomensverrekening in de WW
Wanneer een WW-gerechtigde (gedeeltelijk) gaat werken, wordt het aantal uren dat hij werkt in gebracht op de WW-uitkering. Deze systematiek van urenverrekening leidt tot een lager totaal inkomen als een werknemer het werk hervat tegen een lager loon. Om werkhervatting tegen een lager loon niet te ontmoedigen, wordt per 1 juli 2015 de urenverrekening vervangen door een systeem van inkomensverrekening. Bij inkomensverrekening wordt een deel van de (extra) inkomsten in mindering gebracht op de uitkering, het andere deel wordt niet in mindering gebracht. Hierdoor wordt werkhervatting vanuit de WW altijd lonend.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, kan voor de inhoud geen enkele aansprakelijkheid worden aanvaard, noch rechten eraan ontleend.

Deel deze pagina:

AB Werkt op Twitter